Herken jij dit?
- Je voelt aan heel je lichaam dat het moe is, maar je gaat gewoon door. In de ochtend al, als de wekker vroeg gaat, voordat de kids op moeten staan, zeg je tegen jezelf: “Laat me nog even liggen”. Je snoozet nog een keer en met een blik op je body battery van je smartwatch wordt jouw gevoel bevestigd: rood. Maar je staat op. Je kan ook niet anders. Je moet door. Jij hebt een drukke verantwoordelijke baan en veel deadlines deze week en je hoort een stem in je hoofd: nu stoppen is geen optie!
- Je sleept jezelf onder de douche om proberen écht wakker te worden. Bij de gedachte aan jouw giga to-do list voor vandaag, voel jij je hart onrustig overslaan. Dit is niet de eerste keer dat je hartkloppingen voelt, maar je wil er niet te lang bij stil staan want daar heb jij geen tijd voor. Jij zegt tegen jezelf: “Kom op, stel je niet aan! Jij bent een powervrouw dus huppekee, door!” Jij staat altijd aan. Je hebt continue dat gejaagde gevoel in je lijf, waardoor je het ook lastig vindt om te stoppen. Jouw hoofd staat ‘gewoon’ 24/7 aan. Niets doen komt niet in je vocabulaire voor.
- Jij voelt je steeds vaker machteloos. Zo van, gaan we weer. Af en toe heb je (lichte) hyperventilatie en je denkt dat er iets ernstigs aan de hand is met je. Het is paniek en angst. Je denkt te weten wat te doen om je beter te voelen. Ondanks dat je al van alles hebt geprobeerd: yoga, zelfhulpboeken, dankbaarheidsjournals, webinars, een week vrij, lukt het je niet jouw ideale leven te leven. Jij wil heel graag jouw eigen koers varen. Je neemt je dagelijks heilig voor: “Vanaf nu ga ik het anders doen”. Toch stap je elke dag in die rat-race en laat jij over je grenzen gaan. Wat is het toch dat werk prio 1 is en zelfs voor jouw gezondheid gaat? Je weet heel goed dat je dat zelf doet en je baalt er enorm van dat je die patronen maar niet kan doorbreken.
- En als je dan een sporadisch moment hebt voor jezelf. Dat je even helemaal niets hoeft dan weet je gewoon niet hoe te ontspannen. Jij staat altijd in de do-modus. Sterker nog! Bij ‘niets doen’ komt er een schuldgevoel bij je omhoog omdat je nog lang niet alles van je to-do list hebt afgevinkt. Je kan nog wel ‘even’ dit en nog ‘even’ dat. Je verdient het niet, dat rustmoment.
- ‘s Nachts lig je steeds vaker te piekeren. Je baalt dat je, ondanks je goede voornemens, weer enorm bent uitgevallen tegen één van je kinderen. Een enorme berg hagelslag op brood, werd groter en groter en belandde op het bord en een tel later op de grond. Je stond als een idioot keihard te schreeuwen! Ergens voelt het als falen. Je bent verdrietig en boos tegelijk. Je wil het zo graag allemaal goed doen maar het lukt gewoon niet. De balans tussen werk/ privé is er al een tijd niet. Ga je gewoon maar door totdat je omvalt? Je begint te twijfelen aan jezelf. Je wordt meer onzeker en jouw zelfvertrouwen wordt er niet beter op. Je weet eigenlijk ook niet meer of wat je nu doet daar écht blij van wordt. Eerlijk gezegd word je moe van jezelf en vooral van al die stemmetjes in je hoofd die vinden dat je niet zo moet zeuren.










